info@battlefieldtours.nu  Bel ons: +31(0)50-2803684

De vrije Franse parachutisten van de “Special Air Service”

I

n oktober 1940 besluit generaal De Gaulle tot de oprichting van een parachutisteneenheid. Deze krijgt de naam 1e Compagnie d’infanterie De l’Air. Begin 1941 springen de eerste militairen van deze eenheid als agent boven Frankrijk af. In juli 1941 wordt tweederde van de compagnie naar het Midden-Oosten gezonden om deel te nemen aan de gevechten tegen het Duitse Afrika korps. De overigen blijven in Engeland om beschikbaar te zijn voor geheime opdrachten in Frankrijk. In februari wordt de 1e compagnie, ruim 50 man, in Egypte opgenomen in de Special Air Service onder commando van kapitein David Stirling. De eenheid wordt het French Squadron genoemd.

De SAS is een eenheid die in kleine groepen diep achter de vijandelijke linies opereren waar ze met succes vernielingen aanrichten. Hun devies is “Who Dares Wins”, ”Wie Waagt Wint”. Vanaf februari 1942 tot april 1943 zal het French Squadron deelnemen aan alle missies van de SAS onder andere in Tunesië, in de provincie Tripoli en op Kreta. In april 1943 gaan de overlevenden van het French Squadron terug naar Engeland. In Tunesië wordt een nieuw Squadron opgericht om in Italië deel te nemen aan de operaties van het 2e Britse SAS regiment.

 Stick 11 van het 2e Régiment voor vertrek van het vliegveld Great Dunmow.In Engeland worden vervolgens het 2e en het 3e Régiment de Chasseurs Parachutistes opgericht. Deze bestaan uit oudgedienden uit Libië, aanhangers van De Gaulle uit Noord Afrika, vluchtelingen uit Frankrijk en vrijwilligers vanuit de gehele wereld.

Als het 4e en 3e regiment gaan ze met het 1e en 2e Britse en en het 5e Belgische regiment deel uitmaken van de dan opgerichte SAS brigade onder bevel van brigade-generaal Rodirick McLeod. Na een intensieve training in Schotland zijn ze in het voorjaar van 1944 gereed om ingezet te worden. Eind mei worden ze overgeplaatst naar een transit kamp bij het vliegveld Fairford in Zuid Engeland. Vanaf de nacht van 5 op 6 juni worden 430 Franse parachutisten van het 4e Régiment in Bretagne gedropt. Ze moeten daar in samenwerking met het verzet verhinderen dat de Duitsers versterkingen naar Normandië sturen. Hun inzet duurt twee maanden. Van deze 430 man sneuvelen er 77 en raken er 192 gewond of vermist, maar de Duitsers hebben grote moeite om versterkingen naar Normandië te brengen. Tegelijk wordt het 3e Regiment onder andere in Bourgondië ingezet om daar de Duitsers te hinderen. Zij krijgen versterking van gepantserde jeeps die dwars door de Duitse linies getrokken zijn. Eén van de bekendste wapenfeiten is de aanval met jeeps op Duitse troepen in de plaats Sennecey-le Grand waar een grote colonne Duitse voertuigen vernietigd wordt. In deze plaats is in 1984 het algemene SAS monument opgericht als een eerbetoon aan militairen van alle nationaliteiten van de Special Air Service die in de Tweede Wereloorlog gesneuveld zijn. In december 1944 worden de Fransen ingezet tijdens de Slag in de Ardennen. In februari 1945 worden beide regimenten naar Engeland overgeplaatst waar ze weer op sterkte gebracht worden met vrijwilligers van de maquis, de Franse verzetsmensen. In het voorjaar wordt door brigade-generaal Michael Calvert die inmiddels brigade-generaal  McLeod als commandant van de SAS brigade opgevolgd heeft, plannen gemaakt om de brigade in Nederland in te zetten.

Een deel van het Britse 2e regiment zal op de Veluwe landen, operatie Keystone. Deze operatie wordt slechts ten dele door een kleinere groep uitgevoerd. Het Belgische 5e regiment zal onder bevel van het 2e Canadese Legerkorps, in jeeps in Noord-Nederland infiltreren, om speciale verkenningsopdrachten en overvallen uit te voeren, operatie Larkswood. De twee Franse regimenten zullen in Drenthe en Zuidoost Friesland landen, operatie Amherst.

Franse SAS monument in Assen. De operatie “Amherst”

Het 3rd en 4th French Special Air Service Regiment (3e en 2e Régiment de Chasseurs Parachutistes) wordt in de nacht van 7 op 8 april links en rechts van de lijn Assen-Hoogeveen-Meppel gedropt. Hun opdracht is:

  • Verover in het operatiegebied de bruggen of verhinder hun vernieling.
  • Geef informatie over de staat van de bruggen door aan het hoofdkwartier van het Canadese Corps.
  • Voorkom de vernieling van de vliegvelden van Steenwijk, Eelde en Leeuwarden.
  • Sticht zoveel mogelijk verwarring.
  • Stimuleer en organiseer het plaatselijke verzet.
  • Geef zoveel mogelijk inlichtingen door aan de Canadezen en fungeer als gids.


De totale eenheid bestaat uit 1000 man, rond 700 zijn inzetbaar voor de operatie. Tegelijk is gepland dat er 18 jeeps gedropt worden. De dropping van jeeps is vanwege het slechte weer niet doorgegaan. Enkele komen later via Coevorden over de weg. Verder wordt een z.g. Jedburgh team gedropt bestaande uit vier man. Hierbij waren Nederlandse officieren ingedeeld. Hun taak is om het contact met de verzetsbeweging te onderhouden. Ook wordt voor elke groep containers met wapens, munitie, voedsel en verbindingsapparatuur afgeworpen. Na het droppen van de parachutisten worden er nog 143 dummy parachutisten afgeworpen. Het afspringen van de parachutisten wordt “blind” gedaan. Dat wil zeggen dat er geen ontvangstploegen op de grond aanwezig zullen zijn. De vliegers worden met behulp van signalen naar hun afwerpterrein gedirigeerd. De Fransen springen in 47 groepen, “sticks”, van 15 man uit 47 Stirling vliegtuigen.

Franse radiopost in de staatsbossen van Gasselte. Op 7 april starten ’s avonds vanaf half negen van de vliegvelden Great Dunmow, Shepherds Grove en Rivenhall 47 Stirlings met 702 parachutisten en 219 containers aan boord.De droppingen vinden plaats tussen kwart voor twaalf en kwart voor één. Door het slechte weer, de grote hoogte waarvan de para’s springen en een slechte navigatie komen de verschillende sticks verspreid neer. De meeste sticks komen 2 tot 7 km van de geplande locatie neer. Eén stick komt echter 60 km van zijn doel neer. Twee landen in de bebouwde kom van Assen, enkele anderen op konvooien terugtrekkende Duitsers. Om al deze redenen zoekt men al snel contact met de plaatselijke bevolking om zich te oriënteren. Dit met alle daaraan verbonden risico’s. Waar mogelijk beginnen de para’s dezelfde nacht al met het aanvallen van Duitse eenheden. Door het uiteenvallen van de beide regimenten in kleine groepen zijn er veel gevechten verspreid over Drenthe en zuidoost Friesland geweest. Ieder met zijn eigen drama.

Door onderzoek na de oorlog door mr. G.A. Bontekoe, oud burgemeester van Sleen, de Fransman Gildas Calvez,  kolonel Roger Flamand die aan de operatie Amherst heeft deelgenomen en de verschillende Historische Verenigingen in Drenthe en Friesland zijn deze gebeurtenissen goed gedocumenteerd. Van de acties bij Gasselte en Appelscha zijn veel foto’s gemaakt en bewaard gebleven. Op andere plaatsen is slechts sporadisch of helemaal niet gefotografeerd. Tijdens operatie Amherst sneuvelen 33 Franse parachutisten. In Assen staat een algemeen monument ter herdenking aan deze gevallenen. Van de burgerbevolking laten 33 mensen het leven ten gevolge van de gevechten. Op verschillende plaatsen in Drenthe en Friesland staan plaatselijke monumenten of gedenkstenen die refereren aan zowel militaire als burgerslachtoffers van de operatie Amherst. Wilt u deelnemen aan een Battlefield Tour betreft Operation Amherst?
Klik dan hier

Parachutisten van de Franse SAS in de staatsbossen van Gasselte.