Van Toronto naar Groesbeek
Het verhaal van luitenant Kenneth Geikie Jeanneret, Royal Canadian Corps of Signals, toegevoegd aan het Essex Scottish Regiment
“My job is certainly not very exciting.”
Het is een ogenschijnlijk onschuldige zin, achteloos opgeschreven in een brief aan zijn vrouw Rita vanuit Engeland. Wanneer de Canadese luitenant Kenneth Geikie Jeanneret deze woorden begin 1944 op papier zet, kan hij onmogelijk vermoeden dat hij ruim een jaar later midden in een van de bloedigste Canadese gevechten van de Tweede Wereldoorlog zal sneuvelen. Zijn taak als verbindingsofficier zal hem dan niet achter een bureau houden, maar juist naar de gevaarlijkste plekken van het slagveld brengen, waar tanks vastlopen in de modder, radioverbindingen uitvallen en Duitse tegenaanvallen de zorgvuldig voorbereide Canadese aanval volledig ontregelen. Meer dan tachtig jaar later begon zijn verhaal voor mij op een onverwachte plaats, niet in een archief of museum, maar op eBay. Tussen honderden onderscheidingen, foto’s en militaire documenten werd een kleine verzameling Canadese Air Letters aangeboden. Ze waren geschreven door een onbekende luitenant aan zijn vrouw in Toronto.

Originele Air Mail-brief van luitenant Kenneth G. Jeanneret aan zijn vrouw Rita. © Joël Stoppels
Pas nadat de eerste brief voorzichtig werd opengevouwen, besefte ik dat ik veel meer had gekocht dan een stapeltje oude papieren. In mijn handen lag het persoonlijke verhaal van een jonge Canadese officier die zijn vrouw schreef over treinreizen, bioscoopbezoeken, militaire cursussen en het dagelijkse leven in Engeland. Er werd nauwelijks gesproken over oorlog. Juist daardoor voelden de brieven verrassend dichtbij. Ze maakten nieuwsgierig naar de persoon achter de handtekening. Die nieuwsgierigheid groeide uit tot een uitgebreid onderzoek. De brieven vormden slechts het begin. Al snel volgden zijn complete personeelsdossier, Canadese krantenartikelen, de geschiedenis van het Essex Scottish Regiment, herinneringen van veteranen van de Fort Garry Horse en officiële militaire rapporten. Langzaam ontstond niet alleen het levensverhaal van Kenneth Jeanneret, maar ook een reconstructie van zijn laatste oorlogsdagen. Het beeld dat daaruit naar voren kwam, was dat van een intelligente jonge advocaat uit Toronto die zijn veelbelovende burgerleven opgaf om als officier van het Royal Canadian Corps of Signals te dienen. Uiteindelijk werd hij toegevoegd aan het Essex Scottish Regiment, waar hij verantwoordelijk was voor de verbindingen tussen de voorste compagnieën, het bataljonshoofdkwartier, de artillerie en de ondersteunende tanks. Het was een functie die zelden in de schijnwerpers stond, maar die tijdens gevechten letterlijk van levensbelang was.
Een toekomst die anders liep
Kenneth Geikie Jeanneret werd op 12 december 1918 geboren in Toronto. Hij groeide op in een intellectueel milieu. Zijn vader, Professor François Charles Archile Jeanneret, gaf leiding aan de Franse afdeling van de University of Toronto en stimuleerde zijn zoon om eveneens een academische opleiding te volgen. Kenneth bleek een uitstekende student. Hij behaalde in 1939 zijn Bachelor of Arts aan de University of Toronto en vervolgde zijn studie aan Osgoode Hall Law School. In 1943 rondde hij zijn rechtenstudie af en werd hij toegelaten als barrister. Alles wees erop dat hij een succesvolle juridische carrière tegemoet ging. Ook privé leek zijn leven in rustiger vaarwater terecht te komen. Op 27 juni 1942 trouwde hij met Mary Rita Jeanneret. De oorlog was op dat moment al bijna drie jaar oud, maar voor veel jonge Canadezen voelde Europa nog altijd ver weg. Toch besloot Kenneth zich kort na zijn huwelijk vrijwillig aan te melden voor militaire dienst. In plaats van een advocatenkantoor werd het Canadese leger zijn nieuwe werkplek. Vanwege zijn opleiding en analytische aanleg werd hij ingedeeld bij het Royal Canadian Corps of Signals.

Groepsfoto uit de Torontonensis, het jaarboek van de University of Toronto uit 1939, waarop Kenneth G. Jeanneret staat afgebeeld samen met andere leden van de studentenvereniging Lambda Chi Alpha. © Canadian Virtual War Memorial
Voor buitenstaanders klinkt dat misschien als een technische ondersteunende dienst, maar in werkelijkheid vormden de verbindingstroepen het zenuwstelsel van ieder geallieerd leger. Zonder betrouwbare communicatie konden infanterie, tanks, artillerie en luchtsteun onmogelijk samenwerken. Wanneer radio’s uitvielen of telefoonkabels werden doorgesneden, waren het de verbindingsofficieren die onder vijandelijk vuur de communicatie moesten herstellen. Juist daardoor bevonden zij zich vaak op de gevaarlijkste plaatsen van het slagveld. Zijn personeelsdossier laat zien hoe serieus Kenneth zijn nieuwe vak oppakte. Hij volgde een indrukwekkende reeks specialistische opleidingen, variërend van radioverbindingen en kabelcommunicatie tot de samenwerking tussen pantser- en infanterieeenheden. Zijn instructeurs beschreven hem als een intelligente officier die zich met enthousiasme op zijn taak stortte en volgens hen alle eigenschappen bezat om uit te groeien tot een uitstekende verbindingsofficier. Niemand kon toen vermoeden dat juist deze specialisatie hem uiteindelijk het leven zou kosten.
Brieven uit Engeland
De officiële documenten vertellen veel over Kenneths militaire loopbaan, maar vrijwel niets over zijn karakter. Daarvoor moeten we zijn brieven lezen. Vanaf begin 1944 schrijft hij vrijwel regelmatig naar Rita. De oorlog vormt daarbij opvallend genoeg zelden het hoofdonderwerp. Hij vertelt over treinreizen door Engeland, over nieuwe cursussen, over officieren die hij ontmoet en over het dagelijkse leven op de verschillende bases waar hij wordt gestationeerd. In één van zijn eerste brieven begint hij met een bijna verontschuldigende opmerking:
“My writing is going to be rather shaky.”
Hij schrijft de brief terwijl hij in een rijdende trein zit, onderweg naar een Amerikaanse verbindingsschool. Daar krijgt hij de gelegenheid om kennis te maken met de nieuwste Amerikaanse radioapparatuur. Hij beschrijft nieuwsgierig wat hij ziet, vergelijkt het met de Britse werkwijze en komt tot de conclusie dat beide legers hun eigen sterke en zwakke punten hebben. Het is een typisch voorbeeld van zijn analytische manier van denken. Zelfs in een persoonlijke brief blijft hij observeren en vergelijken.
Wat vooral opvalt, is hoe weinig hij zichzelf als held ziet. Integendeel. In één van zijn brieven schrijft hij met een zekere zelfspot:
“My job is certainly not very exciting.”
Volgens Kenneth bestaat zijn werk vooral uit administratie. Hij schrijft dat zijn onderofficieren het meeste praktische werk uitvoeren, terwijl hij zich bezighoudt met papierwerk, cursussen en organisatorische taken. Voor Rita moet dat geruststellend hebben geklonken. Haar man leek ver verwijderd van het front.

Originele Air Mail-brief van luitenant Kenneth G. Jeanneret (Royal Canadian Corps of Signals) aan zijn vrouw Rita in Toronto. In deze brief beschrijft hij een zeldzaam moment van ontspanning tijdens zijn opleiding in Engeland, waaronder een treinreis naar Wimbledon en een theaterbezoek aan de voorstelling Jane Eyre. De brief geeft een bijzonder inkijkje in het dagelijkse leven van een jonge Canadese officier in de maanden voorafgaand aan D-Day. © Joël Stoppels
Engeland, Normandië en een wonderbaarlijke ontsnapping
Wanneer de geallieerde voorbereidingen voor de invasie van Europa in het voorjaar van 1944 in volle gang zijn, verandert ook het leven van Kenneth Jeanneret langzaam. Zijn opleiding tot verbindingsofficier nadert zijn voltooiing en de administratieve werkzaamheden waarover hij in zijn brieven schrijft, maken steeds vaker plaats voor praktijkoefeningen. Toch blijft de oorlog in zijn correspondentie opvallend ver op de achtergrond. Kenneth lijkt bewust te kiezen voor onderwerpen die Rita gerust moeten stellen. Hij schrijft liever over gewone dagelijkse bezigheden dan over de spanning die ongetwijfeld ook hij moet hebben gevoeld. Juist daardoor krijgen de brieven een bijzondere waarde. Ze laten zien hoe jonge Canadese officieren probeerden vast te houden aan een normaal leven terwijl iedereen wist dat de oversteek naar Europa slechts een kwestie van tijd was. Een terugkerend onderwerp zijn de mensen met wie Kenneth optrekt. Regelmatig noemt hij Bill, Luke en vooral Dave. De namen verschijnen bijna achteloos tussen de regels door, alsof hij ervan uitgaat dat Rita precies weet over wie hij het heeft. In één van zijn brieven schrijft hij dat hij samen met Dave en Bill een avond naar de bioscoop is geweest. Ze ontmoeten elkaar in de officiersmess, nemen een taxi naar de stad en sluiten de avond af met een drankje voordat iedereen weer terugkeert naar de basis. Voor Kenneth is het niets bijzonders. Het is gewoon een gezellige avond met vrienden. Juist daarom is deze passage zo aangrijpend wanneer je weet hoe hun verhaal eindigt.

Sergeant W. Logan en seiner A.E. Angel tijdens het bedienen van een Wireless Set No. 9, een van de standaard radiostations die door Canadese verbindingseenheden werden gebruikt om de communicatie tussen hoofdkwartieren en gevechtseenheden in stand te houden. © Library and Archives Canada
De genoemde Dave blijkt vrijwel zeker Captain David Stephen Herbert Loughnan te zijn, eveneens officier bij het Royal Canadian Corps of Signals. Zonder dat beide mannen het konden vermoeden, zouden zij nog geen jaar later tijdens dezelfde veldslag om het leven komen terwijl zij probeerden de verbindingen binnen het bataljon in stand te houden. De brieven laten ook een andere kant van Kenneth zien. Hij bezit een droge vorm van humor en lijkt zich zelden uit het veld te laten slaan door ongemakken. Regelmatig maakt hij grapjes over het militaire leven. Wanneer hij schrijft dat zijn werk “certainly not very exciting” is, klinkt daar geen teleurstelling in door, maar eerder een poging om Rita gerust te stellen. Hij vertelt hoe zijn sergeanten het meeste werk doen, hoe hij zich soms meer met papierwerk bezighoudt dan met militaire zaken en hoe de dagen zich vullen met lessen, oefeningen en administratieve verplichtingen. Achteraf krijgt die opmerking een bijna wrange betekenis. De jonge officier die zichzelf afschildert als iemand die vooral achter een bureau zit, zal enkele maanden later verantwoordelijk zijn voor de communicatie tijdens enkele van de zwaarste gevechten van de Canadese opmars door Noordwest-Europa.

Luitenant David Stephen Herbert Loughnan (Royal Canadian Corps of Signals), gefotografeerd voor zijn Canadese legeridentiteitskaart, uitgegeven op 2 maart 1944. Loughnan was een goede vriend van Kenneth G. Jeanneret. In Kenneths brieven aan zijn vrouw Rita wordt hij meerdere malen genoemd; samen bezochten zij onder meer de bioscoop en brachten zij hun schaarse vrije uren door in Engeland. Bijna een jaar later zouden beide verbindingsofficieren sneuvelen tijdens de zware gevechten langs de Goch-Calcar Road op 19 februari 1945. © Canadian Virtual War Memorial
Naar Normandië

Infanteristen van The Royal Winnipeg Rifles trekken tijdens Operatie Spring (25 juli 1944) door de velden bij Ifs, ten zuiden van Caen. De aanval vormde onderdeel van de geallieerde pogingen om Verrières Ridge te veroveren, waar Canadese eenheden zware verliezen leden. © Library and Archives Canada
Na de geallieerde landing op 6 juni 1944 duurt het nog enkele weken voordat Kenneth met zijn onderdeel naar Frankrijk vertrekt. Tegen die tijd is duidelijk geworden dat de strijd in Normandië allesbehalve de snelle doorbraak is waarop de geallieerde planners hadden gehoopt. Rond Caen zijn de Britse en Canadese troepen verwikkeld geraakt in een uitputtingsslag waarin iedere boerderij, iedere heg en iedere verhoging in het landschap zwaar wordt verdedigd door ervaren Duitse pantser- en infanterie-eenheden.
Wanneer Kenneth uiteindelijk in Normandië aankomt, wordt hij toegevoegd aan het Essex Scottish Regiment, één van de infanteriebataljons van de 2nd Canadian Infantry Division. Zijn functie als Signals Officer betekent dat hij voortdurend tussen de bataljonsstaf, de compagnieën aan de frontlijn, de artillerie en de tanks van de Fort Garry Horse moet bewegen. Anders dan veel infanterieofficieren heeft hij geen vaste positie. Waar de communicatie dreigt uit te vallen, daar moet hij zijn. Juist daardoor bevindt hij zich tijdens vrijwel iedere aanval op de gevaarlijkste plaatsen van het slagveld.
De slag om Verrières Ridge
In juli en augustus 1944 neemt het Essex Scottish Regiment deel aan de zware gevechten ten zuiden van Caen, waar de Duitsers de strategisch belangrijke Verrières Ridge met grote vastberadenheid verdedigen. Het gebied verandert in een maanlandschap van kapotgeschoten boomgaarden, ingestorte boerderijen en door granaten omgeploegde akkers. Duitse artillerie en mortieren bestrijken vrijwel iedere Canadese beweging, terwijl sluipschutters en machinegeweren iedere poging tot opmars beantwoorden met zwaar vuur. Tijdens één van deze gevechten raakt het bataljonshoofdkwartier betrokken bij een Duitse luchtaanval. Kenneth loopt daarbij een verwonding aan zijn voet op. Het lijkt op het eerste gezicht geen ernstige wond, maar de situatie verslechtert snel wanneer het bataljon zich onder zware druk moet terugtrekken. Tijdens de verwarring raakt Kenneth samen met een draadloze radiowagen en zes manschappen afgesneden van zijn eigen eenheid. Voor het Essex Scottish Regiment lijkt hij verdwenen. In de administratieve chaos die op zulke gevechten volgt, wordt hij als vermist geregistreerd. Vier dagen lang weet niemand waar hij is.

De Toronto Telegram berichtte in september 1944 over de opmerkelijke ontsnapping van luitenant Kenneth G. Jeanneret. Tijdens de gevechten in Normandië raakte hij met zes manschappen afgesneden van zijn eenheid en bracht hij twaalf uur achter de Duitse linies door. Dankzij zijn kennis van de omgeving van Caen wist de groep uiteindelijk veilig terug te keren. © Canadian Virtual War Memorial
Voor zijn familie in Toronto moet dat een angstige periode zijn geweest. In Canada verschijnen ondertussen de eerste berichten over de zware verliezen die de Canadese divisies rond Caen hebben geleden. Wat er precies gedurende die uren is gebeurd, wordt pas later bekend wanneer Canadese kranten Kenneth zelf en zijn familie interviewen. Volgens de artikelen bevond hij zich ongeveer twaalf uur lang achter de Duitse linies. Samen met zijn kleine groep wist hij zich schuil te houden, voortdurend op zoek naar een veilige route terug naar de Canadese stellingen. Zijn verwonding maakte de tocht extra zwaar, maar gevangenneming wist hij te voorkomen.
Een bijzonder detail komt van zijn vader, professor François Jeanneret. Zijn vader vertelde journalisten dat het gezin acht jaar vóór de oorlog eenmaal vakantie had gevierd in Normandië. Tijdens die reis maakten zij lange autoritten door de omgeving van Caen, waardoor Kenneth zich het landschap verrassend goed wist te herinneren. Volgens zijn vader wist hij waarschijnlijk beter de weg dan veel van de Duitse soldaten die zich pas kort daarvoor in het gebied hadden ingegraven. Of dat werkelijk de doorslag heeft gegeven, zullen we nooit met zekerheid weten. Feit is wel dat Kenneth en zijn mannen uiteindelijk kans zagen terug te keren naar de Canadese linies. Voor zijn regiment was het een onverwachte opluchting. Een officier die enkele dagen eerder als vermist was opgegeven, stond plotseling weer voor hen. De Canadese pers pakte het verhaal gretig op. Kranten beschreven hoe de jonge verbindingsofficier samen met zijn radiowagen en manschappen achter de Duitse linies terecht was gekomen en zich met veel improvisatie en doorzettingsvermogen terug wist te vechten.
De laatste maanden van de oorlog
Na de bevrijding van Noord-Frankrijk trok het Essex Scottish Regiment via België en Nederland verder richting Duitsland. In de herfst en winter van 1944 namen de gevechten opnieuw in hevigheid toe. De Duitse weerstand verhardde naarmate de geallieerden de grens van het Reich naderden. Op 8 februari 1945 begon Operatie Veritable, het grote geallieerde offensief dat het Rijnland moest zuiveren van Duitse troepen en de weg naar de Rijn moest openen. Canadese en Britse eenheden rukten vanuit het gebied rond Nijmegen en Groesbeek Duitsland binnen. De weersomstandigheden waren dramatisch. Dagenlange regen veranderde de akkers in een bijna onbegaanbare modderzee. Iedere tank, iedere pantserwagen en vrijwel ieder vrachtvoertuig had moeite zich voort te bewegen. Wegen veranderden in diepe sporen van klei waarin voertuigen regelmatig vastliepen.

Militairen van de Support Company van Le Régiment de Maisonneuve nemen stellingen in nabij Nijmegen, 8 februari 1945. Vanuit het Nijmeegse bruggenhoofd bereidden Canadese eenheden zich voor op Operatie VERITABLE, het offensief dat enkele dagen later de aanval op het Rijnland zou openen. © Library and Archives Canada
Na ruim een week zware gevechten kreeg het Essex Scottish Regiment op 19 februari 1945 opdracht de Duitse stellingen langs de Goch–Calcar Road aan te vallen. De aanval leek op papier overzichtelijk. De voorste compagnieën zouden met Kangaroo gepantserde infanterietransport voertuigen naar hun uitgangsposities worden gebracht, ondersteund door Sherman tanks van de Fort Garry Horse. Een zware artilleriebeschieting moest de Duitse verdediging breken voordat de infanterie de boerderijen bij Göttern en Brunshof zou innemen. Al vrijwel onmiddellijk bleek dat de werkelijkheid anders was. De modder vertraagde de Kangaroos en tanks al vanaf de startlijn. Sommige voertuigen kwamen nauwelijks vooruit, andere reden zich volledig vast. Daardoor moesten de infanteristen veel eerder uitstijgen dan gepland en honderden meters over open terrein oprukken.
De Duitsers, behorend tot de 12. Fallschirmjäger-Aufklärungs-Abteilung, hadden zich echter snel hersteld van het Canadese artillerievuur en openden een vernietigend vuur met machinegeweren, mortieren en 8,8 cm-kanonnen. Tegelijkertijd bleek dat zich achter de voorste Duitse linies onverwacht pantserreserves van de Panzer Lehr Division en de 116. Panzer Division bevonden. De Canadese inlichtingendienst had hun aanwezigheid onderschat. Binnen korte tijd veranderde de zorgvuldig voorbereide aanval in een uiterst chaotisch gevecht. Compagnieën raakten elkaar kwijt. Tanks verloren het contact met de infanterie. Kangaroo pantserwagens reden de verkeerde richting uit. Radioverbindingen vielen één voor één uit. Voor Kenneth Jeanneret begon op dat moment juist zijn belangrijkste taak.
Het instorten van de verbindingen
Terwijl andere officieren hun eigen compagnie aanvoerden, moest hij zich voortdurend verplaatsen. Zijn werk speelde zich af in het niemandsland tussen infanterie, tanks en bataljonsstaf. Majoor Bruce MacDonald van de Fort Garry Horse herinnerde zich later hoe belangrijk Kenneth op dat moment was. Toen de Kangaroo-pantserwagens de verkeerde tanks begonnen te volgen en de aanval dreigde vast te lopen, was het Kenneth die de situatie wist te herstellen. MacDonald noteerde eenvoudig:
“Lieut. Jeannerette got this straightened out.”
Later op de middag kwam Kenneth terecht bij een groep tanks van de Fort Garry Horse. Samen met majoor MacDonald zocht hij dekking in een ondiepe schuttersput langs de Goch–Calcar Road. Duitse scherpschutters hadden inmiddels verschillende boerderijen bezet en hielden iedere beweging onder vuur. Terwijl granaten rondom hen insloegen, probeerden de mannen hun schuttersput verder uit te diepen. MacDonald zou zich deze uren zijn leven lang herinneren. Hij schreef later:
“Lieut. Jeannerette, whose conduct all this time was beyond praise…”
Het is een opmerkelijke formulering. MacDonald was een ervaren tankofficier die tijdens de oorlog veel moed had gezien. Dat hij Kenneths optreden omschreef als “boven alle lof verheven” zegt veel over de indruk die hij op zijn kameraden maakte.
Tijdens het graven werd Kenneth voor het eerst geraakt. Een Duitse sluipschutter trof hem in zijn pols. Ondanks de pijn bleef hij kalm. Hij probeerde een nabijgelegen schuttersput te bereiken waar hij verbonden kon worden. Op het moment dat hij overeind kwam en de sprong maakte, klonk opnieuw een schot. Ditmaal werd hij in zijn buik getroffen. MacDonald haastte zich naar hem toe en diende hem zijn eigen morphine syrette toe om de pijn te verlichten. Veel meer konden de mannen niet doen. Om hen heen werd de situatie steeds hopelozer. Duitse tanks waren inmiddels diep tussen de Canadese stellingen doorgedrongen, terwijl infanteristen van de 12th Parachute Reconnaissance Battalion de geïsoleerde Canadese groepen één voor één aanvielen.
Het bataljonshoofdkwartier verloor vrijwel alle verbindingen met de voorste compagnieën en werd uiteindelijk zelf omsingeld. In het officiële verslag wordt beschreven hoe officieren uitvielen, radioapparatuur verloren ging en de commandostructuur vrijwel volledig instortte. De strijd veranderde in een reeks kleine, geïsoleerde gevechten waarin iedere groep op zichzelf was aangewezen.
Tegen de avond naderden Duitse infanteristen ook de schuttersput waarin Kenneth lag. Handgranaten werden gegooid en de overlevenden hadden nauwelijks nog munitie. Uiteindelijk werden de resterende Canadezen krijgsgevangen gemaakt. Kenneth Geikie Jeanneret overleed aan zijn verwondingen. Hij was zesentwintig jaar oud. De tragiek werd nog groter doordat ook zijn vriend Captain David Stephen Herbert Loughnan, met wie hij een jaar eerder nog een onbezorgde avond in de bioscoop had doorgebracht, diezelfde dag tijdens dezelfde gevechten om het leven kwam terwijl ook hij probeerde de verbindingen binnen het regiment in stand te houden. De twee jonge officieren, die elkaar tijdens de opleiding in Engeland hadden leren kennen en samen de oorlog waren doorgekomen vanaf Normandië, vonden uiteindelijk hun einde op dezelfde dag tijdens één van de zwaarste gevechten van Operatie Veritable.

Oorlogsadministratie van luitenant Kenneth G. Jeanneret, opgesteld na zijn sneuvelen tijdens Operatie VERITABLE. Op het formulier is te zien dat zijn eenheid aanvankelijk als het Essex Scottish Regiment werd vermeld, maar later werd gecorrigeerd naar het Royal Canadian Corps of Signals (R.C.C.S.). Als verbindingsofficier was Jeanneret vanuit het R.C.C.S. toegevoegd aan het Essex Scottish Regiment. Het document vermeldt tevens zijn eerste tijdelijke graf op de Bedburg Temporary Canadian Cemetery (Plot I, Row 16, Grave 7), voordat zijn stoffelijke resten na de oorlog werden herbegraven op de Canadian War Cemetery in Groesbeek (Graf VIII. C. 5). © Library and Archives Canada
Vandaag ligt luitenant Kenneth Geikie Jeanneret begraven op de Groesbeek Canadian War Cemetery, graf IX.E.8, tussen ruim 2.300 Canadese militairen die hun leven gaven tijdens de bevrijding van Nederland en de opmars naar de Rijn. Voor bezoekers is zijn graf één van de vele witte grafstenen die keurig in lange rijen over de begraafplaats zijn opgesteld. Wie echter zijn persoonlijke brieven leest, de Canadese krantenartikelen bestudeert en de gevechtsverslagen van het Essex Scottish Regiment en de Fort Garry Horse naast elkaar legt, ziet veel meer dan een naam op een steen. Dan verschijnt het beeld van een jonge advocaat uit Toronto, een liefhebbende echtgenoot, een trouwe vriend en een verbindingsofficier die zijn taak tot het uiterste bleef uitvoeren. Zijn verhaal laat zien dat achter iedere grafsteen op Groesbeek een mens schuilgaat, met dromen, ambities en een toekomst die door de oorlog abrupt werd afgebroken. Juist daarom blijven deze persoonlijke verhalen het vertellen waard.










