Gérard Jérôme Marchand – Aalmoezenier aan het front
This post is also available in:

Een collega overhandigde mij een kleine bundel documenten uit de oorlogsjaren, foto’s, losse papieren en handgeschreven notities. Daartussen zat een portret dat direct opviel. Op de achterzijde stond, in zorgvuldig Frans handschrift: “Souvenir d’un aumônier militaire Canadien – G. Marchand.” Een Canadese legeraalmoezenier.
Nader onderzoek leidde naar Gérard Jérôme Marchand (1904), een rooms-katholieke priester uit Québec. Tijdens de Tweede Wereldoorlog diende hij als aalmoezenier in het Canadese leger, eerst bij de Voltigeurs de Québec en later bij het Régiment de Maisonneuve. Van juli 1944 tot mei 1945 trok hij met het regiment door Frankrijk, België, Nederland en uiteindelijk Duitsland in. Als padre vervulde Marchand een bijzondere rol. Ongewapend, maar voortdurend dicht bij de frontlinie, leidde hij kerkdiensten, bood hij troost aan gewonden en begroef hij de doden, vaak onder vijandelijk vuur. Zijn taak was niet alleen geestelijk, maar ook diep menselijk, het ondersteunen van het moreel onder de zwaarste omstandigheden. Voor zijn inzet werd hij benoemd tot lid van de Order of the British Empire (MBE).

De fotokaart van Gérard Jérôme Marchand met op de achterkant: “Souvenir d’un aumônier militaire Canadien – G. Marchand.” © Joël Stoppels
Royal Canadian Army Chaplain Corps
Militaire aalmoezeniers, vaak aangeduid als padres, vervulden tijdens de Tweede Wereldoorlog een cruciale en veelzijdige rol binnen het Canadese leger. Hoewel zij geestelijken waren, ging hun functie veel verder dan het leiden van religieuze diensten. Zij waren vertrouwenspersonen, hulpverleners en morele steunpilaren voor militairen onder de zwaarste omstandigheden. Binnen de Royal Canadian Army Chaplain Corps dienden meer dan 1.200 geestelijken, afkomstig uit verschillende religieuze tradities. Hun belangrijkste taak was het bewaken van het moreel en het geestelijk welzijn van de troepen, maar in de praktijk betekende dit dat zij overal aanwezig waren waar zij nodig waren. Aan het front, bij verbandposten en in de directe nabijheid van gevechten. Chaplains waren ongewapend, maar bevonden zich desondanks regelmatig in levensgevaarlijke situaties. Zij hielpen gewonden, dienden soms eerste hulp toe en brachten militairen in veiligheid onder vijandelijk vuur. In veel gevallen werkten zij nauw samen met medische posten en waren zij aanwezig op plekken waar de gevechten het hevigst waren.

Aalmoezenier H/Kapitein Robert Seaborn dient de laatste sacramenten toe en verleent absolutie aan een stervende militair. © Library and Archives Canada
Wat hen onderscheidde, was hun unieke positie binnen de militaire structuur. Zij stonden buiten de normale hiërarchie en waren toegankelijk voor iedereen, van gewone militair tot officier. Militairen konden bij hen terecht met zorgen, angsten en persoonlijke problemen, zonder formele drempels. Daarnaast vervulden chaplains een belangrijke rol bij het omgaan met verlies. Zij organiseerden begrafenissen, identificeerden gesneuvelden en schreven vaak brieven aan families. In de chaos van oorlog boden zij structuur, ritueel en menselijke waardigheid, juist op momenten waarop die dreigden te verdwijnen. Sommige chaplains onderscheidden zich door uitzonderlijke moed. Een bekend voorbeeld is John Weir Foote, die tijdens de mislukte landing bij Dieppe in 1942 herhaaldelijk onder zwaar vuur gewonden redde en uiteindelijk vrijwillig krijgsgevangen werd om bij zijn mannen te blijven. Hij werd hiervoor onderscheiden met het Victoria Cross.
Le Régiment de Maisonneuve vers la victoire, 1944–1945
In de laatste jaren van zijn leven legde Marchand zijn ervaringen vast in Le Régiment de Maisonneuve vers la victoire, 1944–1945. Zijn relaas is geen tactische geschiedschrijving, maar een persoonlijk getuigenis, gericht op de dagelijkse realiteit van militairen in oorlogstijd. Hij beschreef momenten van angst, verlies en veerkracht, evenals de stille taken van een aalmoezenier: naast de levenden staan en de doden begraven. Hij maakte de publicatie van het boek niet meer mee. Het verscheen postuum en werd daarmee zijn laatste bijdrage, een blijvend document van de mannen met wie hij diende. De foto uit de envelop is daarmee meer dan alleen een afbeelding. Het is een tastbare herinnering aan een man die de oorlog van dichtbij meemaakte, die met Canadese militairen door Noordwest-Europa trok, en die er uiteindelijk voor zorgde dat hun verhaal bewaard bleef. Wat begon als een eenvoudige envelop, bleek iets veel betekenisvollers te bevatten: het verhaal van Gérard Marchand.

Het boek Le Régiment de Maisonneuve vers la victoire, 1944–1945 geschreven door Gérard Jérôme Marchand. © Joël Stoppels













